|
| |
-
Wortels:
Mooi rond de stam verdeelde wortels die op natuurlijke wijze zichtbaar in de
grond verdwijnen.
-
Stam, tapse vorm:
de stam vertoont een natuurlijke tapse vorm zonder bruuske overgangen en
verdikkingen.
-
Stam, vorm:
de stam die duidelijk karakter moet hebben, vertoont binnen de stijl een
mooi verloop.
-
Stam, bast:
de stam vertoont de kenmerken v/d soort, gezond en heeft geen
onnatuurlijke beschadigingen en straalt volwassenheid uit.
-
Takken:
De plaatsing van de gesteltakken moet mooi en logisch zijn en natuurlijk
aandoen.
-
Takken, vorm gesteltakken:
de vorm van de gesteltakken is in overeenstemming met het karakter van de
stam over de hele boom.
-
Takken, fijne vertakking:
de vertakking moet afhankelijk van de soort zo fijn mogelijk zijn.
-
Bodemoppervlak:
De bodembedekking, al of niet met mooi mos of andere toevoegingen, moet
natuurlijk aandoen.
-
Snoei:
Het snoeiwerk moet op een goede manier zijn uitgevoerd en snoeiwonden moeten
goed zijn verzorgd of natuurlijk vergroeid.
-
Training technieken, bedrading:
is de aangebrachte bedrading juist of moet er duidelijk bedraad worden.
-
Training technieken, andere:
zijn specifieke bonsai technieken, zoals o.a. doodhout, rotsen enz. juist of
niet toegepast
-
Vitaliteit :
de boom mag geen enkele ziekte, plaag of gebrekverschijnsel vertonen, ook
niet de gevolgen daarvan.
-
Pot, plaats van de boom:
is de plaatsing van de boom in overeenstemming met de gekozen schaal of pot.
-
Pot, maat, vorm, kleur>
de keuze van de pot of schaal moet in alle opzichten in harmonie zijn met de boom.
-
Esthetisch, evenwicht:
het geheel moet een stabiele en evenwichtige indruk geven.
-
Het visuele
zwaartepunt moet binnen de basis vallen
-
Esthetisch, harmonie:
volume loofpartijen en schaal of pot, en de kleuren van loof, stam, pot, en
de basis moeten in harmonie zijn.
-
Esthetisch, diepte:
de compositie moet diepte vertonen in presentatie en voorkomen.
-
Esthetisch, natuurlijkheid:
bonsai is een creatie en moet natuurlijk aan doen en niet over
bewerkt en kunstmatig over komen.
- De
lengte v/d schaal is iets meer dan 2/3
v/d boomhoogte of, bij een brede boom (breder dan hoog), iets meer dan 2/3
v/d breedte.
- De hoogte
van de schaal is ongeveer gelijk aan het dikste punt van de stam ( uitzonderingen Kengai en Kabudachi
)
- De
breedte
(diepte) van de schaal is iets minder dan de spreiding van de langste
takken.
- Naaldbomen in matte, ongeglazuurde schalen, loofbomen in geglazuurde.
- Een boom met rechte stam is beter in balans in een rechthoekige schaal.
- Een
geglazuurde schaal is mooi als de kleur hiervan overeenkomt met die van het
blad, bloem of vrucht.
- Vierkante schalen worden met een zijde naar voren geplaatst, een
hoek mag echter ook.
- Bij schalen met zes zijden gelden de volgende regels: Hoge
schaal, een hoek voor, lage schaal een zijde voor.
- Bij een schaal met voetjes, rond of
rechthoekig, een voetje of de opening tussen twee voetjes, midden voor.
|
|